Welkom bij taaluitleg. Je kunt geselecteerde tekst laten voorlezen   klik om de geselecteerde tekst te horen Welkom bij taaluitleg. Je kunt geselecteerde tekst laten voorlezen door GSpeech

tien veel voorkomende stijlfouten

 

I Foutieve inversie: tante Betje

Vanwege zijn aanwezigheid kom ik niet en verwacht ik spoedig antwoord.

II Foutieve samentrekking:      a. verschil in betekenis

Hij bracht zijn meisje naar huis en de nacht verder in zoete dromen door.

             b. verschil in functie

Ik heb de inspecteur om een onderhoud gevraagd, maar niet te spreken kunnen krijgen. (mv‑lv)

             c. andere plaats t.o.v. de pv

Graag zullen wij hem ontvangen en hopen, dat dit effect heeft.

             d. zinnen van ongelijke rang

Het verbaast ons, dat wij nog niets van u ont­vangen hebben en hopen nu spoedig iets van u te ver­nemen.

III Contaminatie (samensmelting)

a. twee woorden: plotsklaps (= plotseling + eensklaps)

b. twee uitdrukkingen: hij behoort tot een van mijn beste vrienden

IV Tautologie (twee keer hetzelfde begrip)

Hoe je het ook wendt of keert.

Er klonk een harde, luide knal.

V Pleonasme (herhaling van deel van begrip)

Ronde cirkel, gladde spiegel, witte schimmel.

VI Foutieve beknopte bijzin

Bij een beknopte bijzin is het verbindingswoord en het onderwerp weggelaten en
de persoonsvorm vervangen door een infinitief of een deelwoord (of geheel weggelaten).
Onderwerp in hoofd‑ en bijzin moeten gelijk zijn.

Na een half uur gerust te hebben, werd de tocht voort­gezet.

VII Verbindingsfouten

a. antecedent te ver: Er was een weg aan onze linkerhand, die naar Haar­lem liep.

b. voornaamwoordelijk bijwoord na persoonsnaam: De jongen waarmee ik bevriend was.

c. betrekkelijk voornaamwoord welke alleen gebruiken na zonder en bij herhaling van antecedent.

De eigenschap zonder welke hij dit nooit had gekund.

De "Zeekoet", welk schip zijn eigendom was.

d. het gebruik van wat en dat

Gebruik alleen wat 1. na dat(gene), (n)iets en alles

  2. na (of voor) een hele zin als antecedent

  3. na een overtreffende trap

  4. na een voorzetsel

e. het gebruik van omdat en doordat 

omdat geeft een reden aan:            Ik ga weg, omdat ik nog iets anders te doen heb.

doordat geeft een oorzaak aan:     Ik kwam te laat, doordat de brug open stond.

f. het gebruik van zodoende

Betekent oorspronkelijk door zo te doen, op die ma­nier. Betekent niet daarom.

g. het gebruik van terwijl 

1. geeft gelijktijdigheid aan:        Ik lees een boek, terwijl de radio speelt. 

2. betekent bovendien:              Deze stof is stevig, terwijl de prijs laag is. 

3. betekent hoewel:                   U beschouwt dat als een aanmerking, terwijl ik het toch
                                                        als een compliment bedoeld heb.

Terwijl wordt vaak gebruikt als plakmiddel en staat dan ongeveer gelijk met en.

h. twee voegwoorden naast elkaar

Ik laat je weten, dat als je niet komt, ik wegga.

i.
het gebruik van daarentegen en integendeel

Daarentegen geeft een tegenstelling met de hele voor­gaande zin weer.

Jan is knap, zijn broer daarentegen is niet erg slim.

Integendeel geeft een tegenstelling met een zinsdeel weer.

Hij is niet lui, integendeel, hij werkt zelfs hard.

j. het gebruik van om te

Laat om weg waar het niet nodig is. Alleen ge­bruiken als het vervangen kan worden door met het doel.

k. het gebruik van tenzij

Tenzij ('t en zij) bevat al een ontkenning, en kan dus niet in een zin voorkomen, waar al een ontkenning in staat.
Tenzij
is te vervangen door behalve als.

l. het gebruik van als en dan

Constateren we bij een vergelijking overeenkomst, dan gebruiken we de stellende trap.

Jan is even groot als zijn vader.

Een verschil wordt uitgedrukt door de vergrotende trap.

Jan is groter dan (als) zijn vader.


VIII Foutieve zinsbouw 

        a. weglaten van het voorzetselvoorwerp

Ik heb weinig zin het werk na kantoortijd nog af te maken.

b.
meewerkend voorwerp wordt (lijdend) onderwerp

De dames worden verzocht niet te roken.

c.
vervoeging met hebben (handeling) of zijn (toestand)

Ik heb vergeten ... :verzuimen te doen of mee te nemen

Ik ben vergeten ... :niet meer weten

d.
onnodig gebruik van de lijdende vorm

               1.
De lijdende vorm vestigt meer de nadruk op de handeling dan op de persoon.

De verklaring die wordt gegeven, laat nog al­lerlei vragen onbeantwoord. 


2.De lijdende vorm kan een zinsdeel beklemtonen.

Je moet die as nog oliën. Die as moet nog geolied worden. 


3.De lijdende vorm kan dubbelzinnigheid vermijden.

De chauffeur, die de man had gezien.

De chauffeur, die door de man gezien was.

De chauffeur. door wie de man was gezien.

e. proleps (voorbarigheid)

Proleptische verbuiging: hele hoge bomen.

Proleptische zinsbouw:   ik hoop niet, dat het gaat regenen.

f. ontkenning

1. de dubbele ontkenning:                 nooit geen ‑ nergens geen ‑ niets geen ‑ nooit nergens

2. negatief werkwoord + ontkenning:  Je moet hem verbieden dat hij het niet doet.

3. negatief woord + ontkenning:         Evenmin als zijn broer zal hij niet komen. 

4. litotes:                                          Dat meisje is niet onaardig.

         5. niet het minst: niet in de laatste plaats, vooral ook.

niet in het minst: volstrekt niet.       Allemaal bedankt, maar Karel niet (in) het minst.

g. zinnen met een hiaat

Op de deur hing een bordje, dat deze ingang buiten gebruik was (met de mededeling).

Overeenkomstig uw brief van gisteren heb ik de heer S. ontslagen (de opdracht in).

Mijn huis is groter dan van mijn broer (dat).

h. de delen van scheidbaar samengestelde werkwoorden

Fout:     Een houding waar vele ouders niet tegenop zijn gewassen.

Goed:    Een houding waartegen vele ouders niet zijn opgewassen.

IX Incongruentie

                  a.
Denkt men aan het geheel, dan gebruikt men het enkelvoud.

Denkt men aan de afzonderlijke personen, dan gebruikt men het meervoud.

Een massa mensen was op de been.

         Een massa mensen hebben zich verzekerd tegen W.A.

b. Twee substantieven, verbonden door en: pv meervoud:
Jan en Ahmed lopen…
    Twee substantieven, verbonden door met: pv enkelvoud:
Jan loopt met Ahmed…

c. Het gebruik van zowel ... als

Twee enkelvoudige onderwerpen: pv enkelvoud

Eén van de onderwerpen meervoud: pv meervoud

d.
Het gebruik van noch

na noch kan enkelvoud en meervoud gebruikt worden.

De inhoud noch de vorm voldeed (voldeden) mij.

Na dubbel noch volgt er enkelvoud.

Noch de inhoud noch de vorm voldeed mij.

Na dubbel noch + meervoudig onderwerp: meervoud.

Noch zijn manieren noch zijn gedrag bleken verbeterd

 e. De voornaamwoordelijke aanduiding

Voornaamwoorden volgen bij het‑woorden gewoonlijk het seksueel geslacht.

Huilend kwam het ventje thuis; hij had zijn geld verloren.

Ik heb het meisje gezegd, dat ze beter haar best moet doen.

X Vrouwelijk zijn de woorden met de uitgang:

         ‑heid, ‑nis, ‑ing, ‑schap, ‑de, ‑te. ‑ij, ‑teit.

De wetenschap en haar vorderingen

De universiteit heeft al haar studenten een emailadres gegeven.

   
site van H.C.J. van de Wiel, docent Nederlands, bijgewerkt op donderdag 21 september 2017
klik om de geselecteerde tekst te horen door GSpeech