Tondalus

Lees eerst de tekst goed door.
Kies daarna bij elke vraag het juiste antwoord.

Een rijk en werelds leven

01 De Ierse ridder Tondalus leefde een rijk en werelds leven. Hij
02 vertrouwde volledig op zijn kracht en zijn geld en dacht maar
03 liever niet te veel na over zijn zonden. Op een dag, toen hij de
04 maaltijd gebruikte bij iemand die hem een paard schuldig was,
05 viel hij voor dood neer. De priesters stonden al klaar om hem
06 te begraven, toen Tondalus na drie dagen zijn ogen weer open-
07 de. Hij was alleen maar schijndood geweest. Zijn ziel was van
08 zijn lichaam gescheiden en door een engel door hel en hemel
09 rondgeleid.

10 In de hel worden de mensen op passende wijze bestraft voor de
11 zonden die ze op aarde hebben begaan. Ook Tondalus was niet
12 zonder zonde, en dat zou hij tot zijn schande merken. Ooit was
13 hij van plan een koe te stelen. Hoewel hij het dier aan zijn eige-
14 naar teruggegeven had, wordt deze zonde hem toch aangere-
15 kend. Tondalus kan zijn straf niet ontlopen. Hij moet, met de koe
16 die hij had willen stelen, over een brug lopen die twee mijl hoog
17 is en slechts een handpalm breed. Bovendien is de brug bezet
18 met scherpe spijkers die zijn voeten tot bloedens toe verwon-
19 den. Het is de straf die alle dieven moeten ondergaan. Tot over-
20 maat van ramp komt er van de overzijde een ziel aangestrom-
21 peld met grote bossen graan op zijn rug - gestolen goed natuur-
22 lijk. Diep onder hen in de vallei horen ze het geloei van hongeri-
23 ge beesten en zien ze de opengesperde bekken die hen willen
24 verscheuren. Terwijl Tondalus en de man met het graan op zijn
25 rug hun zonden bewenen, zijn ze elkaar ineens op onverklaar-
26 bare wijze gepasseerd. Tondalus zet zijn weg voort en komt
met kapotte voeten aan de overkant.

27 De smalle brug met spijkers is niet de eerste en evenmin de
28 laatste pijn die Tondalus moet leiden, maar uiteindelijk bereikt
29 hij samen met zijn begeleider de bodem van de hel. Van daaruit
30 begint langzaam de opgang naar de hemel, een sprookjesach-
31 tige wereld waar alleen maar gelukkige zielen zijn. Alles is ge-
32 maakt van goud en edelstenen. De negen engelenkoren juichen voor God.

33 Nadat hij dit heeft mogen aanschouwen, keert Tondalus terug
34 naar zijn lichaam. Hij zal voortaan een beter leven leiden en
35 anderen bekeren en oproepen niet meer te zondigen.


om onnodig schuiven te voorkomen volgt hier nogmaals de tekst.


01 De Ierse ridder Tondalus leefde een rijk en werelds leven. Hij
02 vertrouwde volledig op zijn kracht en zijn geld en dacht maar
03 liever niet te veel na over zijn zonden. Op een dag, toen hij de
04 maaltijd gebruikte bij iemand die hem een paard schuldig was,
05 viel hij voor dood neer. De priesters stonden al klaar om hem
06 te begraven, toen Tondalus na drie dagen zijn ogen weer open-
07 de. Hij was alleen maar schijndood geweest. Zijn ziel was van
08 zijn lichaam gescheiden en door een engel door hel en hemel
09 rondgeleid.

10 In de hel worden de mensen op passende wijze bestraft voor de
11 zonden die ze op aarde hebben begaan. Ook Tondalus was niet
12 zonder zonde, en dat zou hij tot zijn schande merken. Ooit was
13 hij van plan een koe te stelen. Hoewel hij het dier aan zijn eige-
14 naar teruggegeven had, wordt deze zonde hem toch aangere-
15 kend. Tondalus kan zijn straf niet ontlopen. Hij moet, met de koe
16 die hij had willen stelen, over een brug lopen die twee mijl hoog
17 is en slechts een handpalm breed. Bovendien is de brug bezet
18 met scherpe spijkers die zijn voeten tot bloedens toe verwon-
19 den. Het is de straf die alle dieven moeten ondergaan. Tot over-
20 maat van ramp komt er van de overzijde een ziel aangestrom-
21 peld met grote bossen graan op zijn rug - gestolen goed natuur-
22 lijk. Diep onder hen in de vallei horen ze het geloei van hongeri-
23 ge beesten en zien ze de opengesperde bekken die hen willen
24 verscheuren. Terwijl Tondalus en de man met het graan op zijn
25 rug hun zonden bewenen, zijn ze elkaar ineens op onverklaar-
26 bare wijze gepasseerd. Tondalus zet zijn weg voort en komt
met kapotte voeten aan de overkant.

27 De smalle brug met spijkers is niet de eerste en evenmin de
28 laatste pijn die Tondalus moet leiden, maar uiteindelijk bereikt
29 hij samen met zijn begeleider de bodem van de hel. Van daaruit
30 begint langzaam de opgang naar de hemel, een sprookjesach-
31 tige wereld waar alleen maar gelukkige zielen zijn. Alles is ge-
32 maakt van goud en edelstenen. De negen engelenkoren juichen voor God.

33 Nadat hij dit heeft mogen aanschouwen, keert Tondalus terug
34 naar zijn lichaam. Hij zal voortaan een beter leven leiden en
35 anderen bekeren en oproepen niet meer te zondigen.


om onnodig schuiven te voorkomen volgt hier nogmaals de tekst.


01 De Ierse ridder Tondalus leefde een rijk en werelds leven. Hij
02 vertrouwde volledig op zijn kracht en zijn geld en dacht maar
03 liever niet te veel na over zijn zonden. Op een dag, toen hij de
04 maaltijd gebruikte bij iemand die hem een paard schuldig was,
05 viel hij voor dood neer. De priesters stonden al klaar om hem
06 te begraven, toen Tondalus na drie dagen zijn ogen weer open-
07 de. Hij was alleen maar schijndood geweest. Zijn ziel was van
08 zijn lichaam gescheiden en door een engel door hel en hemel
09 rondgeleid.

10 In de hel worden de mensen op passende wijze bestraft voor de
11 zonden die ze op aarde hebben begaan. Ook Tondalus was niet
12 zonder zonde, en dat zou hij tot zijn schande merken. Ooit was
13 hij van plan een koe te stelen. Hoewel hij het dier aan zijn eige-
14 naar teruggegeven had, wordt deze zonde hem toch aangere-
15 kend. Tondalus kan zijn straf niet ontlopen. Hij moet, met de koe
16 die hij had willen stelen, over een brug lopen die twee mijl hoog
17 is en slechts een handpalm breed. Bovendien is de brug bezet
18 met scherpe spijkers die zijn voeten tot bloedens toe verwon-
19 den. Het is de straf die alle dieven moeten ondergaan. Tot over-
20 maat van ramp komt er van de overzijde een ziel aangestrom-
21 peld met grote bossen graan op zijn rug - gestolen goed natuur-
22 lijk. Diep onder hen in de vallei horen ze het geloei van hongeri-
23 ge beesten en zien ze de opengesperde bekken die hen willen
24 verscheuren. Terwijl Tondalus en de man met het graan op zijn
25 rug hun zonden bewenen, zijn ze elkaar ineens op onverklaar-
26 bare wijze gepasseerd. Tondalus zet zijn weg voort en komt
met kapotte voeten aan de overkant.

27 De smalle brug met spijkers is niet de eerste en evenmin de
28 laatste pijn die Tondalus moet leiden, maar uiteindelijk bereikt
29 hij samen met zijn begeleider de bodem van de hel. Van daaruit
30 begint langzaam de opgang naar de hemel, een sprookjesach-
31 tige wereld waar alleen maar gelukkige zielen zijn. Alles is ge-
32 maakt van goud en edelstenen. De negen engelenkoren juichen voor God.

33 Nadat hij dit heeft mogen aanschouwen, keert Tondalus terug
34 naar zijn lichaam. Hij zal voortaan een beter leven leiden en
35 anderen bekeren en oproepen niet meer te zondigen.